Zaterdagavond, Veghel. Mijn kleine nichtje moet optreden in de Stapperij. Ze zingt. Ik ga er natuurlijk heen, ben die- hard fan. Samen met een andere band treedt ze op voor het goede doel: tegen borstkanker.
De andere band begint. Ze spelen covers. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 40 jaar. Ik sta langs een paal en zie er een sticker op zitten waarop een sigaret staat en daar over heen een groot rood kruis. Achter die paal staat een vrouw te roken. En een stukje verder staat er ook nog een man te roken. Ik zie steeds meer mensen roken. Vraag me af of die sticker soms een grap is. Dan zie ik een barman achter de bar roken. Ik begrijp er niks meer van en besluit uitleg aan die barman te gaan vragen. Over de bar hangend vraag ik hem:
-‘Mag ik hier roken?’
‘Zolang wij het niet zien, gebeurt het niet meisje.’
Aha, op die manier.
-‘Dus jullie riskeren die geldboetes gewoon?’
‘Ja de mensen hier willen gewoon roken. Wie zijn wij om ze tegen te houden? Bovendien, als er geen asbakken op de tafels staan kunnen ze ons toch niet pakken.’
-‘En wat als iemand jullie nu verlinkt?’
‘Dat gebeurt niet.’
-‘Weet je ’t zeker?’
‘Ja, zeker.’
Ik weet dat deze kroeg niet de enige is die zich niet aan de regels houdt. Een vriendin van me vertelde dat er in Schijndel ook zo’n kroeg zit. 90 procent van klanten rookt er. Elke keer als ze roken doen ze wat geld in een pot. Voor als de Voedsel en Waren Autoriteit langs komt...
Later die nacht zitten we wat na te praten in een eettentje in Schijndel. Er komt een flink aangeschoten jongen binnen. Hij zit nog niet of zijn sigaret brandt al. Een jongen van de bediening komt naar hem toe en pakt de sigaret af. Zo kan het dus ook.
Ik ben niet tegen roken. Maar raak er wel aan gewend dat de horeca voortaan rookvrij is. Ik heb het geaccepteerd. Dat geldt voor veel andere Nederlanders dus niet.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten